Noodplannen in G5 (primair onderwijs)

De omvang van de tekorten verschilt per regio en is het grootst in de grote steden. Dat zijn Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Almere. In deze steden hebben schoolbesturen en gemeenten de noodklok geluid voor het primair onderwijs. Zij geven aan dat er noodmaatregelen nodig zijn om de continuïteit, kwaliteit en kansengelijkheid van het onderwijs aan hun leerlingen te kunnen borgen en hebben hiervoor noodplannen opgesteld.

Naar aanleiding van deze plannen worden extra maatregelen genomen specifiek voor het primair onderwijs in de G5. De vijf steden krijgen allemaal subsidie om zij-instromers beter op te leiden en te begeleiden en ruimte om de schoolweek anders te organiseren

Convenanten

Daarnaast is er per stad een convenant gesloten met specifieke afspraken passend bij de stad. De deelnemende partijen zijn de schoolbesturen, lerarenopleidingen, gemeenten en het ministerie van OCW. Het ministerie stelt subsidie beschikbaar voor de uitvoering van de convenanten. Onderaan deze pagina vindt u een overzicht van de convenanten (PDF). 

Amsterdam besteedt de subsidie aan een salaristoeslag voor alle leraren in het primair onderwijs, inclusief het (v)so. Leraren op scholen met veel achterstandsproblematiek krijgen een hogere toeslag dan leraren op andere scholen. 

Den Haag en Almere zetten in op bovenschoolse begeleiding van (startende) leraren en investeren ook in de inzet van meer onderwijsondersteunend personeel en vakkrachten. 

Rotterdam stelt de middelen beschikbaar voor alle tien de maatregelen uit het noodplan. De gemeente en schoolbesturen maken gezamenlijk per school een keuze uit de maatregelen om zo goed mogelijk aan te sluiten op de specifieke problematiek van de individuele scholen en de wijken. 
In Utrecht wordt geïnvesteerd in de versterking van de samenwerking tussen de lerarenopleidingen en scholen: samen zullen zij de ‘Utrecht Leert Opleidingsalliantie’ vormen gericht op ontwikkelen van initieel opleiden en professionaliseren. 

De schoolbesturen en gemeenten betalen via cofinanciering mee aan de uitvoering van de noodplannen. Dit biedt de steden ruimte om naast de bovengenoemde maatregelen meer maatregelen uit de noodplannen uit te voeren. De uitvoering wordt door de convenantspartijen gemonitord en geëvalueerd.