Opleidingsschool Noord-Limburg: 'Samen enthousiasmeren'

Het onderwijs staat te springen om nieuwe, goed opgeleide leerkrachten. Daar zijn goede lerarenopleidingen voor nodig en natuurlijk studenten die aan die opleidingen beginnen. (Aspirant-)opleidingsschool Noord-Limburg (OSNL) laat leerlingen in het voortgezet onderwijs daarom kennismaken met het docentenvak.

Docenten voor de toekomst

In OSNL werken zes vo-scholen en twee opleidingsinstituten samen. Gezamenlijk ontwikkelen ze een werkplekcurriculum voor studenten van de lerarenopleidingen van het hbo en de educatieve minoren en masters van de universiteit. 'Als scholen en opleidingsinstituten leiden we alle studenten die we in huis hebben, samen op tot docenten voor de toekomst', zegt coördinator van de opleidingsschool Marion Verhaegh. 'De meeste partners werken al sinds 2010 samen. Door dat samen optrekken van werkveld en docentenopleidingen zorgen we voor een goede voorbereiding van studenten op de praktijk én voor goede begeleiding als ze daadwerkelijk als docent beginnen. De praktijkschok die studenten voorheen vaak kregen en de uitval die dat soms tot gevolg had, hopen we zo te voorkomen.' Nu zetten de samenwerkende partners een volgende stap: van samen opleiden naar samen voorlichten. 'Of liever gezegd: samen enthousiasmeren.'

Voor de klas ermee!

'We vroegen ons af: hoe kunnen we eraan bijdragen dat leerlingen belangstelling krijgen voor een baan in het onderwijs? We hebben nu Voor de klas ermee opgezet. Dat is een kleinschalig programma in het kader van loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB), waarin we leerlingen van voorexamenklassen van vmbo, havo en vwo enthousiast maken voor een docentenopleiding. In een voorloper van dit programma ging het alleen om leerlingen van havo en vwo. Nu hebben we er ook vmbo-leerlingen bij betrokken, omdat het mbo een mooie route biedt voor onderwijsassistenten. Die hebben we ook nodig. En mbo-studenten stromen soms alsnog door naar een hbo-lerarenopleiding.'

Favoriete docent

In 'Voor de klas ermee!' maken leerlingen in verschillende activiteiten kennis met werken in het onderwijs. Een van de activiteiten is dat leerlingen in gesprek gaan met hun favoriete docent van hun eigen school of van de basisschool. Het primair onderwijs is partner in dit programma; daar is ook een tekort aan leerkrachten. Door die activiteiten ontdekken leerlingen of werken in het onderwijs iets voor ze is. De conclusie kan zijn: 'misschien best leuk', 'nog leuker dan ik dacht', maar ook: 'nee, dit past niet bij mij.' Verhaegh: 'Met dit programma willen we leerlingen niet overtuigen. Het doel is dat we leerlingen die al nadenken over werken in het onderwijs, een extra zetje geven en erop wijzen dat deze richting mogelijk is. Met die opdracht aan leerlingen om hun favoriete docent te spreken, benaderen we het van de positieve kant. Iedereen heeft of had een favoriete docent en iedereen kan uitleggen waarom die docent favoriet is of was.'

Alle beetjes helpen

Over de resultaten van het programma valt nog niet veel te zeggen. 'We zijn net in januari begonnen.

Zo'n eerste jaar gaat met vallen en opstaan. Hopelijk krijgt het een vaste plek in LOB. We zien de effecten pas over een paar jaar. Dan zien we of het aantal aanmeldingen voor de mbo-opleiding tot onderwijsassistent en voor de hbo-lerarenopleidingen is toegenomen en nog weer een paar jaar later of meer wo-studenten een educatieve minor of master kiezen. We volgen deelnemende leerlingen in ieder geval in hun beroepskeuze, zowel op de korte als op de lange termijn. Dat is de les die we vanuit het verleden hebben geleerd. Ons programma gaat het lerarentekort op korte termijn niet oplossen, maar alle beetjes helpen.'

Doordat de scholen sinds half maart dicht zijn, verloopt het project Voor de klas ermee! nu anders dan gepland.

Opleidingsschool Noord-Limburg

In Noord-Limburg vormen zes vo-scholen en twee opleidingsinstituten een opleidingsschool. De samenwerkende partijen geven samen vorm aan het werkplekcurriculum op hbo-niveau (HAN) en op wo-niveau (Radboud Docentenacademie), waarbij theorie en praktijk goed op elkaar zijn afgestemd. OSNL realiseert ongeveer 210 opleidingsplaatsen op jaarbasis. Studenten lopen vanaf het eerste jaar stages op verschillende scholen en in verschillende schooltypes. Het praktijkgedeelte beslaat 40% van het curriculum. De opleidingsschool heeft nu nog een aspirantstatus, maar hoopt dat het recente accreditatieproject leidt tot de status van volwaardige opleidingsschool.

Partners binnen OSNL:

  • Valuascollege
  • College den Hulster
  • Blariacumcollege
  • Dendron College
  • Raayland College
  • Bouwens van der Boijecollege
  • HAN (ILS, ALO, HAN Masters)
  • Radboud Docenten Academie