In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben CAOP en Centerdata onderzoek gedaan naar de succesfactoren, knelpunten en beeldvorming bij de overstap van leidinggevenden van buiten het onderwijs naar het primair onderwijs als (adjunct-)schoolleiders. Deze zij-instromende schoolleiders – of schoolleiders van buiten – kunnen een bijdrage leveren aan het terugdringen van de schaarste aan schoolleiding. Een succesvolle overstap is echter niet vanzelfsprekend. Zij-instromende schoolleiders ervaren hierbij meerdere uitdagingen, zo blijkt uit signalen van het veld en betrokken partners. Dit vormde de aanleiding voor dit onderzoek.

De belangrijkste opbrengsten

  • De attitudes tegenover zij-instromende schoolleiders zijn overwegend positief en verschillen naar functie en ervaring. HR-personeel en schoolbesturen zijn het meest positief tegenover leraren en interne begeleiders (IB’ers) die het meest kritisch zijn. Voor de attitude tegenover zij-instromende schoolleiders geldt ‘bekend maakt bemind’: respondenten met directe werkervaring met zij-instromende schoolleiders zijn ook positiever over hen.
  • Zij-instromende schoolleiders brengen waardevolle en aanvullende competenties mee en ervaren een kenniskloof op onderwijskundige thema’s. Vooral schoolbesturen en HR-personeel waarderen hun kennis van leiddinggeven, organisatieverandering en hun meer bedrijfsmatige blik op de onderwijsorganisatie. Zij zien hen niet louter als middel tegen schaarste, maar als strategische keuze voor bijvoorbeeld een veranderopdracht of uitbreiding van een school. Daarentegen is onderwijspersoneel kritisch over het ontbreken van onderwijsinhoudelijke kennis bij zij-instromende schoolleiders. De zij-instromer is zich bewust van deze kenniskloof en wil hier meer aandacht voor in het curriculum van de schoolleidersopleiding.
  • Ondanks structurele knelpunten wordt de werving en selectie als positief ervaren. Hoewel het merendeel van de zij-instromende schoolleiders tevreden terugkijkt op de werving- en selectieprocedure, wordt er door een aanzienlijk deel ook knelpunten ervaren. Denk aan weerstand in de schoolteams en selectiecommissie tegen de komst van een zij-instromende leidinggevende. Niet alle schoolbesturen staan open voor werving van zij-instromende schoolleiders. Weinig vacatureteksten geven ook expliciet aan dat zij-instromers welkom zijn om te solliciteren.
  • De inductiefase als knelpunt voor een succesvolle instroom. Zij-instromende schoolleiders zijn te spreken over de informele en relationele aspecten van de inductie, maar er is een structureel gebrek aan duidelijkheid over de inhoud, duur en verwachtingen. Minder dan de helft van de besturen heeft beleid voor de organisatie van inductie en de begeleiding van de zij-instromende schoolleider.

De belangrijkste aanbevelingen

  • Investeer in gestructureerde inductieprogramma’s op bestuursniveau;
  • Vergroot de bekend met zij-instromende schoolleiders door gerichte kennismaking;
  • Professionaliseer werving en selectie vanuit een competentiegerichte benadering;
  • Een regionale aanpak voor werving, opleiding en begeleiding;
  • Betrek de medezeggenschapsraad actief bij de aanstelling van zij-instromende schoolleiders;
  • Verbeter de matching tussen de opleidingen en de zij-instromende schoolleiders;
  • Maak de arbeidsmarkt toegankelijker voor zij-instromende schoolleiders;
  • Adresseer de werkdruk en operationele belasting structureel;
  • Toekomstig onderzoek naar de relatie tussen zij-instromende schoolleiders en onderwijsindicatoren.